Workshops

Een reactie naar aanleiding van een gevolgde workshop:

"Heb jij wel eens gehoord van Marianne de Valck? Daar heb ik een keer een workshop van gehad. Daar had je nog eens iets aan, dat was helemaal geweldig. Ik heb later nooit meer een workshop gehad die me zoveel heeft opgeleverd."
een reactie van een bezoekster van de reggio-emilia bijeenkomst, Breda

Download hier de meest recente folder over de Workshops in PDF formaat.

Of klik op de afbeelding hieronder om de folder on-line te lezen.

folder Speelgoedadvies

Hieronder volgt het complete overzicht van alle Workshops (met korte beschrijving per workshop) verbonden aan “Het speelboek, eerste hulp bij het leuk houden van spelen.” 

 

Index:

ballonbullet2 Inventiviteit

Zelf speelmogelijkheden mogen en kunnen verzinnen, hoort bij spelen. In onze commerciële maatschappij lijkt alles voor ons verzonnen en kant – en - klaar verkrijgbaar. Het zelf verzinnen van hoe en waarmee je spelen kunt, lijkt niet meer nodig. Hoe we een blik open krijgen zonder blikopener, hoe we de V- snaar kunnen repareren zonder reparatieset of kunnen bedenken wat we allemaal met aardappelen kunnen doen, hoeven we niet meer te weten. Daardoor raken onze mogelijkheden bepaald en beperkt. Kinderen zoeken naar eigen oplossingen. Daarmee vergroten zij hun zelfredzaamheid, zelfvertrouwen, het aantal speelmogelijkheden en vooral de keuze mogelijkheden. Deze ‘inventiviteit’ is in belangrijke mate medebepalend voor het speelpeil. Inventiviteit is te “oefenen’ door verschillende mogelijkheden met een willekeurig stukje speelgoed te verzinnen.

 Terug naar de Index

ballonbullet2 Spelen met de letterlijke ruimte

Goede speelruimte daagt uit tot spelen. Voor het inrichten van de ruimte is het belangrijk om te weten, welke uitdaging we willen bieden. Daarover kunnen de meningen verschillen. Wie wil uitdagen tot avontuur komt uit op een andere inrichting dan wie rust en orde wenst. Wanneer kinderen in een speellokaal moeten kunnen fietsen, hoort daar een andere inrichting bij dan wanneer de fietsen uit het lokaal verbannen worden. Voor we aan het inrichten van een ruimte kunnen beginnen, is het belangrijk om te bedenken wat daar moet kunnen. De inrichting hoort bij de praktische vertaling van ons pedagogisch werkplan. De uitdaging die we willen bieden blijkt uit de gekozen kleuren, de voorkeur voor open en gesloten kasten, grote of kleine tafels, podia of hoge banken, de vloerbedekking, wel of geen gordijnen en welke voorzieningen we centraal willen situeren. Na de keuze komt de inrichting. Voor een goed gebruik van de inrichting is logisch denken belangrijk. Speelplek en bijbehorend speelgoed, komen binnen elkaars zicht en bereik. De boekenhoek waarin rust heerst, past niet naast de drukke poppenhoek. Activiteiten die op elkaar kunnen aansluiten, horen bij elkaar in de buurt te komen. Nieuwe en in gebruik zijnde speelruimte zijn op mogelijkheden te bekijken door met elkaar te bespreken wat belangrijk is vanuit de pedagogische visie en vanuit kinderhoogte. In deze workshop bekijken we de ruimte vanuit alle hoeken, van hoog tot laag, theoretisch en praktisch.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Spelen met natuurlijke elementen

Natuurlijke elementen zijn tot uitgangspunt te nemen voor speelmogelijkheden, voor buiten en binnen. In deze workshop bekijken we de buitenspeelruimte met andere ogen. Hoe zou het daar mogelijk kunnen worden om met de wind te spelen? Hoe houden we het spelen leuk in de kou? Wat is mogelijk om meer natuurlijke elementen te realiseren? Planten, water, dieren? Wat kunnen de gevolgen zijn? Kunnen we kinderen buiten laten spelen in de regen? Hoe gaan we om met de zon en schaduw? Kan een spiegel iets toevoegen, een afdakje beschermen? Kunnen kinderen beschut in het zonnetje zitten? Is er een spannend schaduwplekje? Wat is mogelijk met de aarde? Is er zand? Mogen baby’s op het gras kruipen? Welke activiteiten kunnen we aanbieden om kinderen voor natuurlijke elementen te interesseren. Welke materialen passen daar bij? Veel meer vragen zijn mogelijk. De antwoorden kunnen helpen bij het leuk houden van spelen. Met natuurlijke elementen is ook binnen te spelen. Een baby kan genieten binnen veilige afstand van een ventilator. Een mobile boven de verwarming blijft bewegen. Bloemen ruiken ook binnen lekker. Naar buiten kunnen kijken is spannend. In het zonnetje achter glas zitten, blijft voor alle leeftijden lekker. Een gordijn kan zorgen voor schaduw en spanning. Zand en natuurklei geven meer speelmogelijkheden dan de kunstmatige versies. Water is in ieder lokaal aanwezig. Hoe kunnen kinderen daar mee spelen? Hoe kunnen wij daar toe inspireren, daar mee omgaan en dit verantwoorden? We bekijken in deze workjshop een bestaande of gewenste ruimte op gebruik van natuurlijke elementen.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 (Bijna) kosteloos en afgedankt

Bedenken wat allemaal te gebruiken is bij het spelen, zonder dat het iets hoeft te kosten, kan resulteren in een lange lijst waarop honderden producten staan. Onder kosteloos vallen alle bruikbare afvalproducten. Bijvoorbeeld verpakkingsmaterialen. De afgedankte producten hebben ooit wel iets gekost maar worden, al dan niet tegen een kleine vergoeding, afgedankt. Hieronder vallen bijvoorbeeld een toetsenbord van een oude computer, brillen zonder glazen en verkleedkleren. De derde categorie vol onverwachte speelmogelijkheden bestaat uit nieuwe producten waar goed mee te spelen is, zonder voor dat doel gemaakt te zijn. Bijvoorbeeld toiletpapier, macaroni, buizen, enzovoorts. Het samenstellen van een lijst vol mogelijkheden, geeft inspiratie. Wie ‘wol’ roept, ziet voor zich wat allemaal met draadjes te doen zou kunnen zijn. Weten wat allemaal te gebruiken is, roept vragen op hoe dit materiaal te verzamelen is, hoe het is op te bergen, welke maatregelen we moeten nemen en met welke risico’s we rekening kunnen houden. In deze workshop inspireren we elkaar met mogelijkheden, ideeën en praktische oplossingen.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Dilemma’s rond veiligheid bespreken

Mogelijkheden geven soms moeilijkheden. We willen kinderen graag laten spelen, maar onze verantwoording voor de veiligheid, kan de mogelijkheden beperken. De dilemma’s tussen veiligheid en uitdaging zijn op een speelse manier te bespreken door volwassenen en - of kinderen. Bijvoorbeeld de mogelijkheden van ‘gevaarlijk’ speelgoed, zoals prikpennen, scharen, touwen, ballen, blokken, houten speelgoed, metalen speelgoed, knikkers, of speelgoed met veel kleine onderdelen (zoals Playmobil). Of een van de vele andere dilemma’s die we tegenkomen in de ruimte om te spelen, de manier van spelen of de mogelijkheden om mee te spelen. Bij de bespreking van de dilemma’s onder leiding van Marianne de valck, komen de wettelijke regelingen en voorschriften ter sprake, de volwassen verantwoordelijkheden en de speelwaarden voor kinderen. De aanvullende informatie geeft inzicht en inspiratie bij een spel waar alleen het spelen winnen kan. Zie ook het boekje Uitdaging en veiligheid, door o.a. Marianne de Valck geschreven in opdracht voor de Nationale Speelraad.

 Terug naar de Index

ballonbullet2 Meer doen met speelgoed

Een workshop vol spelen met de schijf van vijf. De schijf van vijf is te gebruiken voor het verzinnen van speelmogelijkheden, het samenstellen van thema’s en programma’s en kan helpen bij het anticiperen op de belangstelling van kinderen. Met een willekeurig stuk speelgoed is meer te doen dan het voor de hand liggende. Iedere kleine variatie kan een nieuw en ander spel opleveren. De schijf van vijf, geeft nieuwe aanknopingspunten. Het verzinnen van variaties geeft speelgoed meer speelmogelijkheden, het stimuleert het inventief denken en houdt acceptatie in voor kinderen die iets anders doen met hun speelgoed dan verwacht. Kinderen zijn uit te dagen om iets anders met hun speelgoed te verzinnen dan waarvoor ze het altijd gebruiken. De gevonden ‘variaties’ zijn wel te bewaren in de ‘speelgoedboekhouding’, ter inspiratie.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 De voor– en nadelen van natuurlijke materialen

De materiaalkeuze is afhankelijk van de pedagogische visie. In deze workshop bespreken we de voor – en – nadelen van een natuurlijk materiaal. Bijvoorbeeld hout, rivierklei, plaksel op basis van aardappelzetmeel, zand, water, rijst, granen, meel(broodjesdeeg). We wegen de voor – en – nadelen op basis van onafhankelijke informatie en pedagogische visies tegen elkaar af. De bedoeling is om tot een weloverwogen keuze te komen, gebaseerd op de waarde die we willen hechten aan spelen en speelmogelijkheden en praktische mogelijkheden. Wanneer alle argumenten bediscussieerd zijn, blijkt waar de meest prioriteiten aan gehecht worden. Daarmee is de visie te onderbouwen.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Droomwens

Een workshop vol planning. Durf te dromen. Werk een overtuiging uit. Wat is mogelijk om kinderen leuk en goed te laten spelen. Waarmee zou dat kunnen? Hoe denkt u dat te kunnen bereiken? Bedenk wat geweldig zou zijn. Alles kan. Bijvoorbeeld, een prachtige buitenspeelruimte vol waardevolle elementen. De meningen kunnen verschillen over wat waardevolle elementen zijn. Door standpunten te bespreken, ontstaat inzicht en visie. Een droomwens geeft een te verdedigen eigen mening weer. Het uitwerken van een droomwens maakt duidelijk, hoe doordacht de eigen mening is. Ga voor de overtuiging, gebaseerd op visie en deskundigheid. Samen kiezen we een onderwerp. In plaats van een buitenspeelruimte, een origineel thema, een eigen speelgoedontwerp, een nieuwe pedagogische visie. Het kan allemaal. Droom en verzin. Daarna maken we , stap voor stap, de idealen tot concrete voorstellen. De uitwerking is als een zoektocht. Onderweg is inspiratie op te doen. Soms is een omweg nodig. Voor ieder probleem bestaat een oplossing. Informatie geeft onderbouwing. Het uiteindelijke resultaat zal misschien niet lijken op het eerste voorstel, maar de waarde zit in de essentie. Het uitwerken van een droomwens in deze workshop, kan van alles inhouden. De vertaling van visie, via de droomwens naar de praktijk, raakt het beleid van alle deelnemers. Of het nu de aanschaf van speelgoed betreft, het realiseren van meer avontuur in activiteiten of de verbouwing van een speelruimte, de gekozen visie zal overal in terug te vinden zijn.

 Terug naar de Index

 

16978 wpm lores

ballonbullet2 Meisjes en jongens verschillen

In een groep willen we alle kinderen tot hun recht laten komen. Maar lukt dit ook? Hoeveel ruimte geven we meisjes om meisje te zijn en jongens om jongensachtig gedrag te vertonen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden is een kritische observatie nodig. Hoe houden we bijvoorbeeld met de inrichting van de ruimte, rekening met de speelwensen van jongens, en van meisjes? Waaruit bestaat de figuurlijke ruimte die we geven aan jongens, wat mogen en kunnen meisjes? De figuurlijke ruimte om jongens - en – meisjesachtig te spelen wordt bepaald door onze goedkeuring en afkeuring. Wat wij van jongens en meisjes verwachten druipt soms ongemerkt uit onze taal en onze verwachtingen. Samen zoeken we naar voorbeelden en vragen we ons af of we kinderen daarmee te kort doen of ze op die manier juist aanspreken op hun specifieke vaardigheden De manier waarop we letterlijke en figuurlijke ruimte om te spelen geven, bepalen de keuze van het speelgoed. Zijn er constructiesystemen in huis, waar meisjes ook graag mee willen spelen? In hoeverre zijn de verkleedkleren rolbepalend? Hoe belangrijk vinden we jongens – en – meisjes speelgoed?

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Rauwers, douwers, schouwers en bouwers herkennen en inspireren

De manier waarop kinderen spelen wordt voor een belangrijk deel bepaald door hun aard. Hoe belangrijk aard kan zijn, bespreken we in deze workshop. Wat betekent aard voor de manier waarop kinderen spelen, de keuze van speelgoed, het beleven van interesses en last but not least hoe gaan wij als volwassenen om met de verschillen tussen kinderen? Bij deze workshop komen zowel praktische als theoretische dilemma’s aan de orde, waarbij consumenteninformatie is te combineren met observatietechniek en pedagogische visies. Met andere woorden, welk speelgoed past bij welke aard, hoe gaan we met de verschillende kenmerken om en hoe kunnen we binnen gezin of organisatie aandacht geven aan individuele verschillen.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Cultuurverschillen

In alle culturen zitten waardevolle aspecten die ons kunnen inspireren. De uitdaging is om nieuwsgierig te durven zijn. Kijken naar spelende kinderen uit een andere cultuur, helpt. Praten met hun ouders, verklaart. In deze workshop brainstormen we over de waarden van andere culturen voor spelen en speelgoed. Bij de bespreking zijn de volgende vragen mogelijk: Hoe kunnen we aan onze informatie komen? Hoe kunnen we het waardevolle van andere culturen, leren kennen in onze cultuur? Waarmee kunnen we andere culturen betrekken bij onze speelcultuur? Hoe kunnen we omgaan met verschillende waarden? Sommige spellen veroverden hele continenten, maar zijn in Nederland nog nauwelijks bekend. Wat missen we? Belangstelling voor de waarden die volwassenen hechten aan de ontwikkeling van hun kinderen, kan bijdragen aan het begrip voor kinderen en de eigen kwaliteiten. Praten over hoe de volwassenen van nu vroeger speelden, kan een ouderavond vullen…en speelmogelijkheden geven.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Spelen met baby’s

Spelen blijft leuk zolang de uitdaging in harmonie is met de mogelijkheden. Voor baby’s betekent dit, net als voor kinderen in alle leeftijden, dat om te blijven boeien variaties nodig zijn. De variaties waarmee de aandacht van baby’s is vast te houden, bestaat uit kleine stapjes. De eerste variaties op het uitsteken van tong, is bijvoorbeeld om de tong in een hoek van de mond te voorschijn te laten komen. In deze workshop zoeken we naar mogelijkheden waarmee baby’s te boeien zijn. Prikkeling ontstaat niet door meer, maar door anders.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Imiteren en zelfstandigheid

Nadoen en zelfdoen, hebben met elkaar te maken. Kinderen doen graag grote mensen na. Door te imiteren kunnen ze het zelf leren doen. Nadoen begint rond de twee jaar, om nooit meer op te houden. Zoals alle spelvormen is het doorgaan wel afhankelijk van de kansen die een kind krijgt om iets of iemand na te doen. Zowel thuis als in een kinderdagverblijf nemen we kinderen veel uit handen. We kunnen het sneller, netter en mooier. De uitdaging is om te bedenken wat we kinderen kunnen laten nadoen en…wat we ze na een tijdje kunnen toevertrouwen. In deze workshop bespreken we wat peuters kunnen. Bij deze lijst zijn activiteiten en is speelgoed te kiezen. De kunst is om dit spelen een kans te geven in de dagelijkse praktijk.

 Terug naar de Index

 

file000467252055lres

ballonbullet2 Kunstenaars zoeken

Kinderen hun eigen mogelijkheden op een eigen manier laten uitwerken, betekent niet dat we ze alles zelf moeten laten verzinnen. Met het aanbieden van materialen, zijn we er niet. Bij de materialen kan een opdracht horen, of een techniek. Middenbouwers houden van technieken omdat ze hechten aan resultaten. Ze willen graag weten wat ze ongeveer kunnen verwachten. Bij de opdracht; maak een vliegengordijn van afgedankte materialen, kunnen ze wel of geen afgedankte CD’s, rietjes, kurken of iets anders gebruiken, hoe een vliegengordijn er ongeveer uitziet kunnen zij zich voorstellen. Middenbouwers zijn te inspireren met mogelijke resultaten. Daarvoor is de lijst kosteloze materialen, zoals besproken in het hoofdstuk over speelgoed, te combineren met een lijst kunstenaars. Iedere variatie geeft nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld; een portrettekening is anders dan een stilleven of een landschap. Schilderen met aquarelverf geeft een ander resultaat dan met acrylverf. Beeldhouwen kan abstract of figuratief of… Van de lijst is een overzicht te maken waarin op alfabetische volgorde de kunstenaars te combineren zijn met de technieken en materialen.

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Het kind waar je geen kind aan hebt

In alle groepen zijn ze te vinden; de druktemakers, de driftkikkers, de stille kinderen, de bange kinderen. De druktemakers worden gecorrigeerd, de driftkikkers streng toegesproken, de bange kinderen getroost en de stille kinderen….blijven rustig. Over welke kinderen hebben we het hier eigenlijk. Benoem ze eens. Hoe reageren we op hun gedrag….en wanneer? Wachten we tot het fout loopt of tot ze om aandacht vragen? Hoe vaak geven we ze het initiatief? Waarmee dagen we ze uit? Hoeveel aandacht hebben we voor het bijzondere van deze kinderen? Samen maken we een lijst met goede voornemens. Op deze lijst kunnen suggesties staan voor speelgoed waarmee we kunnen laten spelen. Daaronder kan speelgoed zijn dat we voor ‘dit soort’ kinderen zouden willen aanschaffen. Uiteraard kunnen de goede voornemens met onze houding te maken hebben. Zeggen we niet te veel voor? Nemen we niet te veel bij voorbaat aan? Laten we onze houding misschien bepalen door ergernis, voorkeur of afkeur voor bepaalde kinderen. Zijn we nog bereid om de mogelijkheden van deze kinderen te zien en kunnen we daar meer of anders op in spelen. Hoe bijvoorbeeld?

 Terug naar de Index

 

ballonbullet2 Dagprogramma: Een eigen visie

Voor het formuleren van een eigen visie is het belangrijk om na te willen denken over de aspecten waaruit een visie kan bestaan. De enige juiste speelvisie, bestaat niet. De informatie is op verschillende manieren te beoordelen, de conclusies van de een kunnen haaks staan op de mening van de ander. Iedere weloverwogen keuze gaat uit van het belang van kinderen. Toch zal de praktische vertaling persoonlijk zijn omdat het belang dat we hechten veel zegt over onze waarden. De voorwaarden waarmee spelen leuk te houden is, komen voort uit volwassen overwegingen waarmee prioriteiten vastgesteld zijn. Wij bepalen wat mag en kan. Wij geven kinderen de letterlijke en figuurlijke ruimte om te spelen.

Een visie geeft niet weer hoe de situatie is. Een visie schetst de ideale situatie. Durf te dromen, hoe de gewenste opvoeding , het optimale beleid, de beste inrichting, uitdagende speelmogelijkheden en inspirerende begeleiding er uit zouden kunnen zien.

In deze workshop zoeken we naar een visie op spelen:

  • Wat vinden we, waarom, belangrijk?
  • Wat zijn de belangrijkste voorwaarden?
  • Hoe willen we deze voorwaarden realiseren?
  • Welk gedrag willen we, hoe, voorkomen?
  • Hierbij hoort een visie op SPEELRUIMTE
  • Wat vinden we noodzakelijke kenmerken voor de letterlijke ruimte om in te spelen?
  • Welke indeling en welke voorzieningen wensen we?
  • Hoe willen we speelgoed aanbieden?
  • Visie heeft gevolgen voor het SPEELGOED dat we willen aanschaffen.
  • Aan welke kenmerken geven we de voorkeur?
  • Visie heeft invloed op de LEIDING OF BEGELEIDING
  • Wat willen we doen om het speelpeil hoog en leuk te laten zijn?
  • Waar liggen de grenzen tussen uitdaging en veiligheid?
  • Hoe denken we over anticiperen, inventiviteit en communiceren?
  • Welke aandachtspunten bepalen de visie?
  • Hoe willen we deze visie in de praktijk brengen?

 

 Terug naar de Index

 

Submit to DeliciousSubmit to DiggSubmit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn