Marianne's Weblog

Participatie en spelen

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Het, of beter de, woorden van 2013 zijn ongetwijfeld ‘participatie maatschappij’. De eerste keer dat dit begrip met alle bijbehorende tentakels uitgebreid werd besproken was, voor mij, dit voorjaar in Putten tijdens de voorbereiding van het congres voor Openbare Ruimte door het vakblad Buiten Spelen.

Sindsdien gingen maar weinig weken voorbij waarin de participatie maatschappij niet besproken werd. Steeds in een ander verband. Van openbare ruimte naar zorg, onderwijs, ouderbetrokkenheid, breed gedragen opvoeding, wijkbeheer, politiek draagvlak, kosten kinderopvang en gewenste herijking van emancipatie. Omdat alles waar ik mee bezig ben op de een of andere manier altijd wel met kinderen en spelen te maken heeft, zal het niet verwonderen hoe spelen hier steeds opnieuw vanuit een ander perspectief maar met gebruik van dezelfde woorden werd besproken.

Voor openbare ruimte denkt men bij participatie aan een terugtrekkende overheid. Gemeentes willen speelruimte niet langer invullen en aansprakelijk geacht worden voor alles wat zich op die vierkante meters gebeuren kan. Speeltoestellen worden niet langer vervangen maar weggehaald, omwonenden en ouders worden aangesproken op eigen verantwoording voor leefomgeving en kinderen. Vanmorgen zei iemand;’ Gemeentes moeten bezuinigen en spelen hoort niet bij de wettelijke verplichtingen waar gemeentes aan moeten voldoen’. Dit bleek een duidelijk argument om te bezuinigen op speelse kindgerichte voorzieningen. Of spelen geen wettelijk vastgelegd recht, is maar zeer de vraag. 

Het recht op spelen is immers een van de kinderrechten zoals vastgesteld door de Verenigde Naties. Nederland ondertekende dit verdrag over de rechten van kinderen en daarmee recht 31 waarmee Nederland zich verplicht hier uitvoering aan te geven.

Bij de participatie rond zorg denken we vooral aan ouderen en mensen met een beperking. Maar ook daar speelt participatie bij wel of geen speelse mogelijkheden. De bezuinigingen treffen vooral de mogelijkheden voor ‘leuke dingen’. Onbetaalbaar taxivervoer maakt ritjes naar het wijkcentrum waar gekaart of getafeltennist wordt onmogelijk, tenzij de werkloze of gepensioneerde buurman vrijwilliger wil worden en het, tot voor kort aan zo veel eisen verbonden, vervoer op zich wil nemen. Over mensen met een beperking spreekt men vaak als kinderen, zeker wanneer dit verstandelijk gehandicapten betreft. Ze hebben immers het verstand van een kind van…vul maar in. Bij alle bezuinigingen op ‘de leuke dingen’ lijkt de discussie op de vragen die ouders zich stellen bij alle kinderen;”Is spelen meer dan leuk?’Het antwoord is ja ! Spelen draagt bij aan ontwikkeling, ook bij gehandicapten die mogelijk daar meer moeite en meer tijd voor nodig hebben maar ook zij leren vaardigheden en inzichten door te spelen. ‘Is speelgoed; luxe of noodzaak”, ‘Moeten kinderen buiten spelen” en ook daar passen: ‘Ja’s”bij. Niet spelen geeft stilstand. Stilstand is achteruitgaan want het aantal gemiste mogelijkheden groeit. Spelen heeft uitdaging o.a. door speelse middelen nodig. En soms kan dit betekenen dat we ontwikkelingen moeten willen terugdraaien. Dit betekent bijvoorbeeld toegeven dat het soms misschien wel duurder maar ook handiger en beter is om mensen met een beperking in een eigen woonomgeving en binnen afstand van voorzieningen te huisvesten. De 's Heerenloo terreinen zijn dan wel erg groot, ze kunnen denk ik ,als ondeskundige, vast wel kleiner, maar laten we ze behouden. Participatie kan ook bijdragen aan mogelijk maken van een ontwikkeling waar we zelf geen deel van uit maken.

En ja de overheid hoeft niet alles in te vullen. Wij kunnen meer met minder….als we om elkaar geven.

Om dit laatste draait het ook in het onderwijs. Hier is veel discussie over ouderbetrokkenheid. De ene keer omdat ouders zich te veel met het onderwijs lijken te willen bemoeien, te hoge eisen stellen en te veel waarde hechten aan scores, de andere keer omdat ze niet naar ouderavonden komen, geen toezicht willen houden bij het overblijven en er geen leesmoeder meer te vinden is. Participatie raakt altijd onze verwachtingen; wat vinden wij dat we voor kinderen moeten doen en moeten we doen wat we kunnen doen. Participatie houdt een harmonie in van verwachtingen. Niet alleen het kind centraal. Dit is zo’n idealistische kreet met mogelijke en onterechte associaties als “het kind weet wel wat goed voor hem is, waar hij aan toe is’ of andersom ‘We zijn volgend’. Andersom klopt ook niet. In ons onderwijs en in mindere mate in kinderopvang en opvoeding stellen volwassenen en ouders zich centraal op. Kinderen moeten volgend zijn, aan ons verwachtingen voldoen zonder dat wij rekening houden met de mogelijkheden van verschillen tussen kinderen. Denk hierbij aan VVEprogramma's, knutselwerkjes naar voorbeeld, hoge tafels en vooral niet te veel herrie. Weer anderen zetten onze samenleving centraal, met de nadruk op onze….waar iedereen zich maar in moet voegen ongeacht cultuur of mensbeeld.

Participatie betekent, volgens mij, iedereen mee laten denken en doen vanuit eigen verantwoording naar onze samenleving. Wat kan betekenen dat ik niet mee doe aan de burendag maar wel zorg dat men weet waar men mij wel voor kan vragen.

Voor kinderopvang betekent participatie bijvoorbeeld dat we de ruimte waarin we kinderen laten spelen bekijken ook vanuit kinderperspectief...niet alleen hoge tafels en verzorgingsunits maar waar spelen kinderen graag en wat kunnen wij daarvoor mogelijk maken. Het is een praktische vertaling van participatie waarbij onmiddellijk de waarden van interactieve vaardigheden moeten worden genoemd. Dit thema staat, hoe kan het anders in dit participatiejaar, centraal in het nieuwe aanbod van bijvoorbeeld Bureau Kwaliteitszorg Kinderopvang. En ik maar hopen dat niet alleen de noodzaak om te begrijpen wat kinderen met lichaamstaal zeggen aandacht krijgt maar vooral ook wat en hoe p'mers aan kinderen laten merken van hun mening, waardering en verwachtingen. Participatie en communicatie kunnen niet zonder elkaar. 

De in recente discussies gevraagde participatie van ouders heeft te maken met hun bereidheid om kinderen naar natuur te brengen, met hun waardering voor wat kinderen zelf bedenken en kunnen, met hun bereidheid om zich in te leven hoe kinderen hun leefomgeving (kamer, achtertuin, de weg naar de bakker) ervaren en met hun keuze voor wel of geen kinderopvang en zo ja in welke vorm en zo nee met welke argumenten, en niet te vergeten met de aandacht die ze geven aan hoe en waarmee kinderen spelen. Ouders zijn de belangrijkste beslissers in wat voor kinderen mogelijk wordt. Zij kiezen het speelgoed, of ze laten het gebeuren wat ook een keuze is, zij kiezen waar ze wonen, met wie ze omgaan en voor welke mogelijkheden voor hun kinderen ze wel of geen moeite willen doen. Zij zullen zich moeten realiseren dat spelen niet vanzelf gaat. De vorm en mate van participatie van hun ouders zijn voor kinderen cruciaal. Wat mag? Wat kan! Wat vinden jouw ouders leuk? Wat niet! Waar doen ze aan mee? De antwoorden bepalen voor een belangrijk deel ontwikkeling. Om je veilig te voelen, herkent in wie en wat je bent, heb je een veilige basis nodig waar je mag zijn wie je bent, waar ze zien wat je wel en niet kunt en wilt en waar ze je niet laten vallen…ook al heb je een handicap, ADHD of ben je lelijk of dom. Het begrip participatie duikt actueel op in nieuwe beschouwingen op ADHD, Autisme, leerachterstanden en zo iets simpels als spelen zonder gepest te worden en buiten mogen spelen.

De vele vormen van participatie duiden op een nieuwe benadering van onze samenleving. Na de individualistische ontplooiing, de emancipatie en de economische drive, lijkt de focus in alle opzichten weer te verkleinen. Letterlijk kleine eenheden omdat de grote eenheden ons doen verdwalen, niet kunnen boeien, in ons zelf doen keren. Kleine eenheden maakt meer aandacht voor kinderen mogelijk: voor wat ze kunnen, willen en vooral wat goed voor ze zou kunnen zijn en wat wij daarbij kunnen betekenen.

Buurthuizen en speeltuinen krijgen weer belangstelling, net als bijzondere kinderopvang zoals natuur- of- sport-of kunst bso’s. Speelruimtes worden in toenemende mate niet meer vanuit een catalogus ingevuld maar vanuit een visie waarbij de beleving van kinderen en waartoe wij willen uitdagen centraal staan. Dikwijls is gewoon een speeltoestel neerzetten wel wat duurder maar veel gemakkelijker dan willen participeren in en bij een speelruimte. Participeren heeft te maken met kleinschaligheid en kleinschaligheid geeft moeite.

Daarmee zijn direct de grootste bezwaren tegen participeren genoemd. Participeren kost moeite, vraagt iets van ons zelf, kost minder geld maar meer tijd, kost ook vrijheid, vereist meer oog en meer medeleven. Dit zijn waarden die ons met de paplepel door priesters en dominees zijn toegediend en waar we zo blij om waren dat we eraf waren. Net zo blij als de lepel levertraan die ook niet slecht was maar wel heel vies. Geen wonder dat hele volkstammen participeren een vies woord vinden waarmee we zo ongeveer teruggestuurd worden naar de tijd dat mensen tien kinderen kregen omdat er dan vast wel een overbleef om voor je oude dag te zorgen. Nieuwe generaties zijn opgegroeid zonder zorgplicht, houden minder van natuur die inderdaad vies en giftig kan zijn, kan prikken en vaak ver weg is. Ze houden van het gemak vol licht, beweging en geluid, van schoon en antwoorden die altijd te vinden zijn op internet. Ik vind het een fascinerende gedachte dat de huidige participatie oproep niet voortkomt uit een nieuwe visie op maatschappij en hoe we zouden moeten zijn, niet komt vanuit een kerk of een partij maar ingegeven is door economische noodzaak. Dit maakt de discussie zo dubbel want we willen wel lief zijn voor elkaar en onze kinderen…maar niet omdat het moet van wat Rutte Cs ziet als financieel belang voor onze economie.

Daar is een andere nieuwe term voor nodig: omdenken; Wij kunnen ons persoonlijk alleen verrijken wanneer we vrij handelen, wanneer we iets doen omdat we dat zelf willen en niet omdat het moet of nu eenmaal zo hoort. citaat Mihaly Csikszentmihalyi. Kortom; we moeten voor participatie willen kiezen omdat we geloven dat hier winst in zit...winst zit in betrokkenheid...zeker weten...nu nog geloven...en daar naar willen handelen. Participeren is eigenlijk het nieuwe geloven.

Reacties   

0 # Kim van Esch 21-10-2013 21:12
Heel duidelijk en goed geschreven! Er word naar mijn mening op de verkeerde plekken bezuinigd in Nederland. In de landen om Nederland bestaan ook speeltuinen, kinderopvangcen trums en opvangouders. En daar werkt het wel en is het betaalbaar. Dus ze doen duidelijk iets fout in Nederland. Daarbij de jeugd is de toekomst daar bezuinig je toch niet op. Ieder kind heeft zoals zelfs de wet bepaald recht op warmte, genegenheid, eten en drinken, onderdak, veilige omgeving, goede opvoeding, ontwikkeling (daar hoort spelen dus wel degelijk bij!!!!!!!)e.d. Ook is de ' cultuur' van uit Amerika over de zee komen waaien lijkt wel. Mensen zijn tegenwoordig al meteen bang dat ze in de toekomst misschien worden aangeklaagd. Het geld is op en we willen ook vooral liever niks doen om ellende te voorkomen??? Dat is toch geen oplossing! Goed geschreven Marianne! Als we allemaal onze schouders er onder zetten en open zijn voor elkaar komen we al een heel stuk verder!
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
0 # Florence van den Bos 10-10-2013 17:14
Interessant stuk. Zet weer aan het denken.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
0 # Annet Weterings 01-10-2013 16:29
Marianne!

ik ben zeer onder de indruk van dit goed doortimmerde betoog.Zelf heb ik het begrip de afgelopen weken vaak in de smalende en spottende manier toegepast gehoord. Gelukkig geef jij er een positieve en constructieve draai aan. Ik sta zelf op het punt om naar het buurtcentrum te gaan, waar wij als buurtbewoners het buurtcentrum van de gemeente Tilburg hebben gekocht, en waar we onder andere iedere dinsdagavond samen eten. Nergens in Nederland is het contrast tussen hoog- en laagopgeleid zo groot als hier in de wijk Zorgvlied. Jouw stelling: participatie en communicatie kunnen niet zonder elkaar, onderschrijf ik ten volle, maar ik zou die stelling in één adem willen noemen met de focus op echte betrokkenheid. Hoe laat je de ander merken dat je ECHT in hem/haar bent geïnteresseerd? Hoe toon je respect voor de autonomie van de ander zonder er zelf teveel van te moeten inleveren? Ik geef het ons te doen!
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer

Plaats reactie



U kunt gearchiveerde blogs op vier manieren vinden:
1. Onderaan Marianne's Weblog pagina kiezen voor een ander pagina nummer en uit de lijst met getoonde artikelen degene kiezen die u wilt lezen;
2. In de onderstaande Weblog Kalender bladeren. Ziet u in de kalender data waar een stip onder staat, muis dan over zo'n datum en klik op de pop-up link met de titel van het blog artikel om dit artikel te openen.
3. Open de sitemap en klik onder het kopje Marianne's Weblog, een titel aan om te lezen
4. Als u een artikel zoekt over een bepaald onderwerp, kunt u ook de zoekfunctie gebruiken.


August 2019
Mo Tu We Th Fr Sa Su
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31 1
Submit to DeliciousSubmit to DiggSubmit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn