Columns in Kinderopvang

In het blad “Kinderopvang” zijn diverse columns van Marianne de Valck verschenen. Hieronder ziet u een lijstje met enkele publicaties uit de periode 2002 -2004

Klik hieronder op de titel van uw keuze om het desbetrefende artikel te lezen. Klik op een andere titel om de huidige selectie te verbergen en deze nieuwe titel te lezen.

poppenhuis

"Is houten speelgoed wel zo milieuvriendelijk?"

Bij het produceren en vernietigen van blank hout komen minder schadelijke stoffen in ons milieu terecht dan bij kunststof. Maar voor houten speelgoed worden wel bomen omgezaagd en daar lijdt het milieu vaak onder.
Beukenhouten speelgoed is tegenwoordig moeilijk verkrijgbaar en vreselijk duur, doordat de beukenbossen verdwenen zijn. Daarom wordt tegenwoordig veel speelgoed gemaakt van rubberwood, hout van rubberbomen. Dit hout lijkt op beukenhout. Het weegt veel minder en de bomen groeien sneller. Vroeger werden deze bomen als de rubber eruit gelekt was, verbrand. Nu wordt er speelgoed van gemaakt. Hierdoor krijgt het hout een tweede leven en hebben duizenden mensen werk.

Maar hout vereist meer zorg dan kunststof. Hout blijft levend materiaal. Het kan rotten, er kunnen scheuren in komen, het kan uitdrogen of beschimmelen. Om dat te voorkomen, moet hout bewerkt worden met lakken, beitsen of andere kunststoffen.
Niet alle stoffen zijn even milieuvriendelijk of veilig om op te sabbelen of in te ademen. Goed houten speelgoed is op een verantwoorde manier bewerkt. De fabrikant geeft dit aan door het CE vignet of door speciale keurmerken als GS, of een milieuvriendelijke bij, of Eco. Dit betekent dat het hout met milieuvriendelijke oliën is geïmpregneerd ( dan kun je de structuur nog voelen), of met kindvriendelijke beits is bestreken (dan kun je de nerf nog zien, maar is het hout gekleurd). Ook kan het hout in de goedgekeurde lak zijn gezet (de nerf is wel of niet zichtbaar, het oppervlak is glad en gekleurd).

De bewerking heeft gevolgen voor de speelwaarde van het speelgoed.
Hout geïmpregneerd met olie, heeft alle (pedagogische) waarde van het beleven. Gebeitst speelgoed kan nog de speelwaarde hebben van 'kleurloos', maar voelt minder natuurlijk aan. Speelgoed met een gekleurde laklaag is in speelwaarde te vergelijken met kunststof speelgoed.

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"Hoeveel kleuren mag je geven als je de kinderen laat verven?"

Kleuren kan knoeien zijn. Lekker vingerverven met handjes of met je voeten door de gekleurde smurrie.
Een dreumes heeft genoeg aan één kleur verf: de kunstenaar is meer geïnteresseerd in het beleven van de smeuïge massa dan in een weloverwogen kleurgebruik.
Als kinderen beginnen met verven, zijn ze vooral gegrepen door het effect van hun hand- en armbewegingen. Je kunt dat effect vergroten door de kinderen verschillende soorten muziek te laten horen. De ene keer een wals, daarna een mars en de derde keer een disco. Biedt niet alles door elkaar aan, herhaal veel en zorg voor contrasten.
Twee maanden lang laten tekenen of verven met één kleur is zo om als je varieert in muziek, papierkleur of plaats waar je de kleintjes laat tekenen (buiten, op de grond, tegen de muur, groot vel, klein papiertje). De grote verrassing komt met de tweede kleur die in combinatie met de eerste kleur, nieuwe effecten geeft. Blauw met geel bijvoorbeeld. Daar kun je weer twee maanden mee vooruit.
Daarna doe je de eerste kleur weg en geef je een derde kleur erbij. De kinderen werken nu bijvoorbeeld met geel en rood. Geel verdwijnt en blauw en rood worden een aantal weken uitgeprobeerd. Peuters kunnen zelf nuances gaan maken. Geef eens een kant en klare pot oranje bij de rode en gele verf, of groen bij blauw en geel of helemaal, spannend zwart. Laat hen zien dat ze zélf kleuren kunnen maken!
Op deze manier spelen kinderen intensiever met kleur en gaan de potjes vingerverf langer mee. Met waterverf is precies hetzelfde te doen. Voor potloden geldt ook: hoe minder kleuren, des te intensiever het gebruik. Een dreumes heeft voldoende aan een dik zwart (magazijn) potlood.
Tegen de drie jaar kent het de basiskleuren, maar bewaar de nuances (verschillende kleuren rood) voor de grote peuters.

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"Natuurlijke visie"

Waarom wordt gezegd dat speelgoed gemaakt van natuurlijk materiaal verantwoord is?

Speelgoed dat gemaakt is van natuurlijk materiaal heeft voor- en nadelen.
De voordelen passen bij wat kinderen, vooral baby’s, dreumesen en peuters leuk en lekker vinden. De nadelen hebben met de zorg, de prijs en de levensduur te maken.
Of natuurlijke materialen in een kinderdagverblijf verantwoord zijn, hangt af van wat jullie belangrijk vinden, wat jullie daarvoor over hebben aan tijd (geld) en deskundigheid en hoe dit past binnen jullie speelvisie. Kortom, wanneer kinderen in de ene groep wel en in de andere groep niet met blankhouten blokken spelen, heeft dat niet met de kinderen, de leidster, de ruimte of de blokken te maken, maar met de combinatie van deze factoren. Natuurlijke materialen horen in een visie, maar niet noodzakelijkerwijs in iedere visie.
De voordelen hebben te maken me de eigenschappen van natuurlijke materialen. Natuurlijke materialen zijn bij uitstek geschikt voor speelgoed waaraan kinderen kunnen voelen, ruiken en proeven. Ze hebben een eigen geur en smaak, een tastbare structuur, ze nemen lichaamswarmte op en stralen het weer uit. Deze kenmerken passen bij jonge kinderen, om dat tot een jaar of zes de secundaire zintuigen primair zijn. Jonge kinderen nemen meer waar door likken, voelen, proeven en ervaren, dan door kijken en luisteren. Zien en horen zijn de meest gecompliceerde zintuigen, het kost tijd ze te ontwikkelen. Een mobile waaraan wit wollen lammetjes hangen, boven een babybed, is niet verantwoord. Want een kind mag daaraan niet hangen en de kleur wit ziet het nauwelijks.
Krijtjes van natuurlijk krijt zijn stofvrij, steviger en bevatten geen steentjes. Ze gaan langer mee en zijn beter te gebruiken dan gipskrijt. Ze zijn wél duurder. Materiaal uit de natuur is duur, soms ook voor de natuur zelf.
In een latere aflevering meer over de zin en onzin van blankhouten speelgoed.

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"Meer mogelijkheden met kleurpotloden"

Speelgoeddeskundige Marianne de Valck geeft in deze rubriek antwoord op vragen over speelgoed. Vragen kunnen gaan over de kenmerken van een goede pop, de zin en onzin van agressief speelgoed, tot de voor- en nadelen van blank houten speelgoed. Onder speelgoed verstaan we alles waarmee kinderen kunnen spelen, ook kosteloos materiaal. Kinderen gebruiken liever viltstiften dan potloden.

We hebben gehoord dat kleurpotloden beter zijn. Klopt dit?

Dat klopt. Krassen, tekenen en kleuren zijn nodig als voorbereiding op het schrijven.
Kinderen ontwikkelen tegenwoordig minder vaak een vloeiend handschrift. Wie moeizaam schrijft, heeft minder aandacht voor wat hij schrijft en maakt meer fouten. Eén van de redenen waarom kinderen minder vloeiend schrijven, is het gebruik van viltstiften. Viltstiften kun je beschouwen als de ‘commerciële’ uitvoering van de traditionele kleurpotloden. Dat wil zeggen: ze zijn kant-en-klaar en makkelijk.
Kinderen vinden het kleuren met viltstiften prettig, omdat ze harde kleuren geven en lekker over het papier glijden. Een nadeel is dat je met viltstiften geen kleurnuances kunt maken zoals je met potlood doet door lijntjes dicht bij elkaar te zetten, of door kleuren in meer dan één’ laag aan te brengen.
Het gebruik van potloden vereist fijnere bewegingen. Potloden krassen in het papier; daar is meer sturing en druk voor nodig dan bij viltstiften, die makkelijker glijden en waarbij het papier de inkt absorbeert. Voor het kleuren en tekenen met potloden heb je een goede ‘pen” greep nodig. Driehoekige potloden stimuleren daartoe. Viltstiften hebben dikkere punten en kinderen hoeven minder hard te drukken. Hierdoor blijven de bewegingen met een viltstift grover. Potloden gebruiken kost meer moeite, maar geeft meer mogelijkheden.
Tenminste, als de potloden goed geslepen zijn. Een goede puntenslijper is heel, belangrijk. Met een bot mesje beschadig je het potlood en breken de punten snel. Met een scherp mesje in de puntenslijper krijg je gladde en scherpe potloodpunten. Vervang daarom regelmatig de puntenslijpers of de mesjes daarin!

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"Regels"

Wanneer kunnen kinderen spelregels aan?

Ooit vergeleek ik puzzels met spruitjes. Ieder kind krijgt ze voorgezet.
Spelletjes zijn als witlof.
Als kind haatte ik die bittere, grijze slierten. Tegenwoordig eet ik ze anders en hou ik ervan, net als van spelletjes. Spelletjes moet je leren waarderen. Dat kan, als ze naar eigen smaak worden opgediend. Winnen en verliezen zijn niet belangrijk. De uitdaging durven aangaan, daar draait het om!
Ik krijg wel eens de vraag "Zijn er gezelschapsspelletjes die kinderen alleen kunnen spelen?" Zo’n vraag komt van drukke leidsters, die wel de zin zien, maar geen zin hébben. Ze hechten te veel aan wat de fabrikant voor ze bedenkt. En zien daar als een berg tegenop. Ze vertrouwen niet op wat kinderen zelf kunnen. Spelregels zijn geen wetten. Met regels moet je kennismaken voor je ermee kunt leren omgaan. De eerste regels ontdek je zelf, zonder voorzeggen.
Bij Memory ga je op zoek naar twee dezelfde plaatjes, bij Domino leg je die tegen elkaar, bij Lotto leg je een kaartje op hetzelfde plaatje op het moederbord. Drie verschillende ‘spelregels’ voor hetzelfde sorteerspelletje. Bij het ervaren, ontdekken, uitproberen en herhalen van deze spelregels is niemand nodig. Een kind speelt zoals het met een pop speelt. Wat kan het er mee?
En zoals het spel zich ontwikkelt in de poppenhoek, zo gaat het met een spelletje. Een kind wil meedoen. Vindt van Memory ook twee dezelfde plaatjes, ook een grote lottokaart en past bij Domino een kaartje aan. Om de beurt, groeit vanzelf. ‘Wie het eerste daar is’ wint, of ‘wie de meeste kaartjes heeft’.
Een kleurendobbelsteen bij een spelletje is moeilijker. Bij blauw mag … is een echte spelregel, bedacht door de fabrikant. Leuk voor grote peuters. Spelen met alleen de dobbelsteen geeft meer mogelijkheden.

(zie hieronder het originele artikel)
art kinderopvang regels

 

 

"Slopers"

Waarom slopen peuters zo graag?

Het eerste spelen met papier bestaat uit scheuren. Kinderen gooien blokkentorens om, voordat ze torens bouwen. Alle constructievaardigheden worden voorafgegaan door destructiemogelijkheden. Met andere woorden: om iets te kunnen maken, moet je weten hoe het in elkaar zit en wat je met het materiaal kunt doen. De peuterleeftijd kenmerkt zich door het willen ontdekken en uitproberen van de wereld om het kind heen. Slopen hoort daar bij!
Slopen is meer dan iets uit elkaar halen om het weer in elkaar te zetten - zoals puzzelstukken uit de omlijsting halen of LEGO blokken van elkaar trekken. Slopen betekent: iets een kort, maar intens leven geven. Of we het toestaan, ligt aan wát de peuters kapotmaken, of nauwkeuriger: aan de waarde die we hechten aan wat ze willen slopen. Waarden zijn persoonlijk en worden bepaald door onze visie, de omstandigheden en het moment.
Een kartonnen doos mag gesloopt worden, als we hem niet ergens anders voor nodig hebben. Een gebreide sjaal mag uitgetrokken worden, wanneer we hem niet meer mooi vinden. De wekker mag gesloopt worden, als hij kapot is. De krant mag in stukken, nadat - en niet voordat we hem gelezen hebben. En weer wat anders mag kapot als er geen spijkers, glasscherven, splinters of giftige dampen vrijkomen.
Kortom, iets om te slopen moet de waarde hebben om te slopen. Speelwaarde bijvoorbeeld. Want slopen maakt veel duidelijk, ontspant en ruimt op. Ik pleit voor meer slopen in de kinderopvang.
Ik beweer niet dat kinderen álles mogen slopen. De ware kunst van het opvoeden is niet dat je streng bent, maar dat je consequent bent. En dat je daarvan - in de juiste mate, op het goede moment - weet af te wijken. Die toevoeging slaat, onder andere, op slopen...

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"De spruitjes van het speelgoed"

Speelgoeddeskundige Marianne de Valck geeft in deze rubriek antwoord op vragen over speelgoed. Die kunnen gaan over de kenmerken van een goede pop, de zin en onzin van agressief speelgoed, tot de voor- en nadelen van blank houten speelgoed. Onder speelgoed verstaan we alles waarmee kinderen kunnen spelen, ook kosteloos materiaal.

Een kind dat nooit wil puzzelen….is dat erg?

Nee, als hij de kans maar krijgt.
Puzzels zijn de spruitjes van het speelgoed. Of je wilt of niet, je krijgt ze voorgeschoteld. Dwingen helpt niet, aantrekkelijk maken wel. Met andere woorden: met het aantrekkelijk aanbieden van puzzels vergroot je de kans dat een kind er zin in krijgt. Spruitjes hebben voedingswaarde. Puzzels hebben speelwaarde. Puzzels passen in onze prestatieverwachting: puzzelen is goed en het is duidelijk te zien of een kind goed gepuzzeld heeft.
In veel kinderdagverblijven ontbreken sorteerspellen, maar puzzelplanken zijn vaak in grote hoeveelheden aanwezig. Speelgoed is immers het visitekaartje van wat we willen bieden; verantwoord en leuk. En daarbij wordt de waarde van puzzelen overschat.
Een kind hoeft niet te puzzelen om zich volwaardig te ontwikkelen. Natuurlijk is het belangrijk voor het sorteren op een of meer kenmerken, maar dat kan met blokken, lotto, geheugenspellen en constructiesystemen ook. Puzzelen draagt eveneens bij aan het ontwikkelen van het voorstellingsvermogen (‘wat zou er staan op het ontbrekende stukje’), de fijne motoriek en de ruimtelijke oriëntatie (‘die puntmuts hoort bovenaan, bij de kabouter’). Maar nogmaals, dat is met meer speelgoed te bereiken. Bijvoorbeeld door het spelen in de poppenhoek, kleuren of rondrijden op een driewieler. Hoewel de vorderingen bij die activiteiten minder duidelijk zijn, zijn ze er wel.
Een kind dat veel en vaak puzzelt is niet per definitie intelligent. Puzzelen vereist ook vaardigheid. Wie het dikwijls doet, wordt er reuze handig in. Puzzel specialisten houden soms zo van de zekerheden van een in elkaar gelegde puzzel dat het ze aan moed ontbreekt om te spelen zonder een duidelijk eindresultaat. Met een zelfgelegde puzzel heb je namelijk altijd gewonnen! Die andere vormen van spelen lijken wel makkelijker, maar zijn het in de praktijk vaak niet.

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"Toiletrolletjes als knutselmateriaal"

Speelgoed vormt het visitekaartje van je pedagogisch werkplan. Ieder kindercentrum en iedere gastouder kiest uit het aanbod aan speelgoed en deze keuze weerspiegelt de visie op spelen.
Bij het uitzoeken van goed speelgoed kunnen veel vragen naar boven komen. Wat is geschikt voor bepaalde leeftijdsgroepen, waar moet je op letten, wat wil je bereiken met speelgoed?
Speelgoeddeskundige Marianne de Valck geeft in deze nieuwe rubriek antwoord op vragen over speelgoed. Vragen kunnen gaan over de kenmerken van een goede pop, de zin en onzin van agressief speelgoed tot de voor- en nadelen van blankhouten speelgoed. Onder speelgoed verstaan we alles waarmee kinderen kunnen spelen, ook kosteloos materiaal.

Een controleur van de GGD heeft het gebruik van WC-rolletjes als knutselmateriaal ontraden. Is dat terecht?

De GGD heeft de verantwoordelijkheid voor de controle op hygiëne en veiligheid en andere regels die in de gemeentelijke verordening staan. Wanneer de Wet basisvoorziening kinderopvang in 2004 in werking treedt, zullen de inspecteurs ook gaan controleren op pedagogische kwaliteit. Pas dan komen er algemene regels voor heel Nederland. Nu kan het nog gebeuren dat de ene inspecteur strenger is dan de andere.
Het spelen met kartonnen kokertjes waar toiletpapier omheen heeft gezeten, is een mooi voorbeeld van hoe regels voor hygiëne een visie op spelen in de weg kunnen zitten. Over het gebruik van WC-rolletjes als speelgoed of knutselmateriaal verschillen de meningen. De één vindt de kans op viezigheid op het karton te groot, de ander vindt het gevaar van vervuiling niet opwegen tegen de speelwaarde van het materiaal. Je kunt de kartonnen rolletjes niet zodanig schoon maken dat ze ook gegarandeerd schóón zijn. Aan de andere kant zijn nadelige gevolgen van het gebruik van ‘vuil’ karton nooit aangetoond. Het wel of niet gebruiken van WC-rolletjes kan een aanleiding zijn tot het voeren van de discussie of we kinderen wel of niet tegen iedere bacterie moeten beschermen. Dat is een pedagogische discussie.
In Nederland vormen de kartonnen rolletjes beplakt, ingesmeerd met verf of verknipt, de basis van duizend-en-één knutselmogelijkheden met hoge speelwaarde. Maar niemand zal beweren dat er geen alternatieven zijn. In België wordt het gebruik van WC-rolletjes al enkele jaren om hygiënische redenen ontraden, zonder dat dit funeste gevolgen heeft voor de hoeveelheid knutsels. Of wij dat wel of niet willen, hangt af van wat we zwaarder vinden wegen: de kans op vervuild karton of de speelwaarde van een kosteloos kokertje.

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"De verlanglijst"

Bestaat er een basis-speelgoedlijst?

Niets is zo makkelijk als een boodschappenlijstje. ‘Zeg maar wat ik kopen moet en ik doe het.’
Basislijsten voor speelgoed bestaan maar ten dele. In boeken staan leeftijdskenmerken met speelgoedinteresses opgesomd. Daar is een verlanglijst mee samen te stellen. Maar dan beginnen de problemen. Want: welke puzzels, van welk materiaal en hoeveel? En een garage? Is dat noodzaak of luxe? Vragen die niet te beantwoorden zijn met standaardantwoorden. De keuze hangt af van je visie. Die visie kan per organisatie of per groep verschillen. In de ene groep kan een creatieve visie bestaan, in een andere groep kunnen leidsters meer hechten aan educatie of beleven, of samen doen, om een paar mogelijkheden te noemen. Alle leidsters doen regelmatig iets aan bewegen. De eerste laat kinderen een verhaal uitbeelden, de tweede leert ze op één been staan, de derde laat ze dansen en de vierde doet kringspelletjes. Allemaal goed en leuk, met ieder een eigen visie. Bij iedere visie hoort eigen speelgoed. Bij de creatieve opvatting bestaat meer aandacht voor kosteloze materialen, bij educatie hoort speel-leer speelgoed, bij beleven een snoezelhoek.
Natuurlijk hebben alle groepen wel iets uit alle segmenten van de schijf van vijf (creatief, cognitief, sociaal, motorisch en constructief) maar de uitvoering kan verschillen. Leidsters met een creatieve visie kiezen voor speelgoed met veel mogelijkheden, die met een educatieve visie kijken in de catalogi van de schoolleverancier. Bij samenspelen horen gezelschapsspellen die uiteen goede speelgoedwinkel kunnen komen, en wie beleven wil, wenst natuurlijke materialen.
De inrichting van een groepsruimte geeft de visie weer: kleurig speelgoed, of hout, multifunctioneel of toegespitst op een mogelijkheid, trendy of tijdloos.
Een verlanglijstje maken is pas mogelijk met een weloverwogen speelvisie, zoals boodschappenlijstjes pas kunnen ontstaan wanneer je weet wat je eet en wie er blijft eten.

(zie hieronder het originele artikel)

 

 

"De waarde van zand"

Zandbakken zijn kattenbakken.

Met dit argument verdwijnen de zandbakken. En met een beetje geluk komt er een kunststof schelp voor in de plaats. Dat is erg. Daarom een pleidooi voor het spelen met zand.
Zoals alle natuurlijke materialen heeft zand voordelen en een grote speelwaarde. Hier kunnen noodoplossingen niet tegenop. Niets korrelt, plakt, schept en graaft zo goed en lekker als duin- of bergzand. Zand is veilig om op te springen, op te vallen, in te rollen, onder te kruipen, in te graaien, op te slaan, te wrijven, te gooien, om te maken en te breken.
Goed zand heeft een onbetaalbare speelwaarde. Zand geeft mogelijkheden voor de grove en de fijne motoriek, voor fantasie- en functiespel. Zand is voor jongens en meisjes; kinderen kunnen er alleen of samen mee spelen. Zand past bij peuters.
En de viezigheid? Droog zand is in principe schoon. Het natuurlijk reinigend vermogen van zand is enorm groot. Maar daarvoor zijn goede afvoer, wind en regen nodig. Goede zandbakken zijn uitgegraven tot aan het grondwater, daarop komt een laag waterdoorlatend stampbeton en vervolgens minstens vijfenzeventig centimeter zand. Wind en regen moeten erbij kunnen, dus stevig gaas is het beste om kattenoverlast te voorkomen.
De schelpenbakken hebben geen afvoer en met de deksel erop, gaat de viezigheid, afkomstig van vooral de kinderen (urine, transpiratievocht, maden) broeien. Dat is pas vies!
Natuurlijk vereist zand onderhoud:

  • minstens eens in de week grondig omscheppen
  • dagelijks ongerechtigheden verwijderen
  • dagelijks na gebruik het speelgoed eruit halen en schoonmaken
  • een maal per jaar zand verversen.

En als we het dan toch hebben over een goede zandbak: die geeft beschutting door een rand waarop kinderen kunnen zitten, met de voeten op het zand.
En heeft hoeken om in weg te kruipen.

(zie hieronder het originele artikel)

 

Submit to DeliciousSubmit to DiggSubmit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn